Je moet niet alles geloven wat je denkt

“Ik ben er klaar mee.”
Gewoon, Kevin op een doodnormale dag. Een zin die ik niet had zien aankomen. Eigenlijk was ik zelfs vergeten dat ik hem ooit had gezegd: “Als je op een punt komt dat je je leven echt wilt omgooien, laat het weten. Ik ben er.”
Ik was zo gewend geraakt aan Kevin zoals ik hem kende. De Kevin die altijd verantwoordelijkheid pakte. De Kevin die iedereen mocht. De Kevin die er stond als het nodig was. Maar ook de Kevin die zichzelf niet op de voorgrond zette.
Zijn favoriete uitspraak?
“Bijna weekend.”
Zelfs op maandag.
Ik denk dat hij die uitspraak nog steeds gebruikt, maar inmiddels met een andere betekenis. Want die dag dat hij mij belde, hoorde ik iets totaal anders. Hij zat niet in een slachtofferrol, hij had geen excuses. Ik voelde een boosheid en een teleurstelling. En wat ik vooral voelde was dat hij vastberaden was.
“Ik ben er klaar mee.”
En dat was het begin.
Ik kende Kevin als collega van ASML. Ik zag hem worstelen met zijn gezondheid en met zijn zelfbeeld. Ik zag de keuzes die hij maakte en ik wist dat hij zelf op een punt moest komen waarop hij iets wilde veranderen.
Ik wilde hem niets opleggen.
Want echte verandering begint niet wanneer iemand anders zegt dat je moet veranderen. Het begint wanneer je zelf besluit: het is genoeg geweest.
Dat moment kwam toen zijn elektrische fiets kapot was. Hij moest een aantal kilometer op zijn gewone fiets naar het werk. Nog geen twee kilometer was genoeg om fysiek volledig stuk te gaan.
En op dat moment brak er bij hem ook iets mentaals.
Een dag later ging mijn telefoon.
Kevin was er klaar mee.
Nee Kevin, ben maar niet bang, we gaan geen calorieën tellen.
De eerste vraag die we samen onderzochten was niet: “Hoeveel kilo wil je verliezen?”
Het begon met simpele vragen: Waarom wil je dit? Waar sta je nu? Wat houdt je tegen? Waar wil je naartoe?
We hadden geen idee dat hij zijn eigen doelen later dik zou overstijgen.
Het eerste waar we naar keken was zijn voeding. Ik had vanuit mijn werk al gezien wat hij at. Dat kon heel makkelijk beter. Niks niet ingewikkeld diëten of calorieën tellen. Gewoon even bewust worden van wat je eet. Wat heeft jouw lichaam nodig, en wat ben je nu daadwerkelijk aan het eten? Juist, rommel Kevin!
Dus we brachten meer structuur aan en gingen voor betere keuzes.
Kevin had vooral iemand nodig die in hem geloofde. Ik was zijn grootste cheerleader.
Ik heb altijd gezien wat er in Kevin zat en stond te trappelen om het naar voren te zien komen.
Die gast was ik helemaal vergeten.
Kevin heeft tot zijn vijftiende topsport ijshockey gedaan en daarna sloeg het roer om. Hij was acuut gestopt en het hele leven wat rondom de topsport hing verdween naar de achtergrond.
Tijdens het traject kwam die topsportmentaliteit weer helemaal terug. Maar nu als een volwassen 2.0 versie. Hij maakte hierin afspraken met zichzelf zoals 3x per week trainen, voldoende rust nemen (wat ineens nogal eens lastig voor hem is geworden) Hij geeft zichzelf geen ruimte voor discussie, ook niet als het 35 graden is of als hij een mindere dag heeft gehad. En als hij soms struikelt, stuurt hij een dag later direct weer bij.
Na ongeveer 2,5 maand keken we samen terug naar het eerste gesprek. Ik had notities gemaakt van wat hij hoopte te bereiken aan het einde van het traject. Kevin was zelf vergeten wat zijn doel was. En toen ik het hem onder zijn neus schoof was hij uiterst verbaasd. Het was alsof hij zichzelf uitlachte, want zijn doelen leken ineens zo klein in zijn eigen ogen. Kevin ging werkelijk als een kanon!
En nu?
Nu zijn we geteld van dag 1 een jaar verder.
52 kilo lichter. Kneiter-sterk. Veel energie en een totaal andere uitstraling. Alsof de Kevin die in hem zat weer terug thuis gekomen is.
Ondanks Kevin vaak doet wat ik hem vraag of zeg, ging hij nooit akkoord met het maken van een foto. Hij vond dat verschrikkelijk.
En nu? Nu maakt het hem geen bal meer uit.
Ja hoor, prima, je maakt maar een foto! ‘Mag deze op insta? Ja hoor. En op LinkedIn? Prima.
Huh? Vaag! Wie is deze gast?
Slecht idee, doen we!
En toen kwam de Kennedymars aanzetten in een spontane opwelling.
Ik vroeg of hij mee wilde lopen. Ja slecht idee, doen we! Hij dacht nog geen seconde na.
En zo stonden we daar bij de start met veertig kilometer voor de boeg. Met vier mensen overgebleven van de oorspronkelijke aanmeldingen.
De eerste Sjaak-afhaak had zich afgemeld omdat de angst om geblesseerd te raken groter was geworden dan de uitdaging.
De avond ervoor kreeg ik van een tweede nog een bericht:
“Sorry, ik heb hier geen energie voor.”
Het was erg vroeg in de ochtend en we stonden met half slaperige ogen klaar voor de start. Terwijl andere nog met bier in hun hand de polonaise liepen op het feest wat al-laaaang afgelopen had moeten zijn.
Na de start werden we in groepen de weg op gestuurd. En het ging mij veel te langzaam. Zodra er ruimte kwam, haalden we via de linkerberm in. Kevin liep rustig en steady door. Doelgericht alsof er niets aan de hand was. En ondertussen had hij te dealen met drie bijzondere karakter. Mar en ik zijn samen namelijk ‘licht onstuimig’.
Rond de 20 kilometer dacht ik eigenlijk: dit gaat ons mooi lukken. We liepen eigenlijk wel lekker als groep.
En toen kwam Mo met de meest onverwachte mededeling van de dag:
“Zo, ik stop. Ik ga naar huis.”
Pardon?!
Zijn hoofd was er klaar mee en daarom besloot hij resoluut. En mijn hoofd kreeg instant kortsluiting. Hij was wel de laatste die zou afhaken… Dacht ik.
Kevin twijfelde geen seconde.
Toen wist ik het zeker. Deze man gaat hem uitlopen.
Bij dertig kilometer begon mijn knie te zeuren. Normaal loop ik met zooltjes, maar die was ik kwijt. Niet dat dat mij zou tegenhouden.
Maar na kilometers de pijn te verbijten kon ik me blijkbaar niet meer inhouden.
Stomme, schijt, kromme k*tknie
Kevin begon hardop te lachen want blijkbaar had hij mij nog nooit horen klagen. Ik heb het vermoeden dat hij dacht dat ik alles aankon zonder pijn of moeite. Wat blijkt, ik ben ook gewoon een mens.
Kevin die doet niet mee aan zeuren en klagen. Blaren of geen blaren. Kapot of niet. Gewoon doorgaan
Moet je dit eens indenken: Vorig jaar eerder kon deze man nog geen 400 meter lopen zonder zwaar te ademen. Nu liep hij veertig kilometer! Met een lach op zijn gezicht!
Veertig kilometer lopen is een prestatie. Maar dat is niet het meest bijzondere aan Kevin. Het meest bijzondere is de keuze die hij eerder maakte: stoppen met zichzelf klein houden.
Veel mensen schrijven zichzelf van tevoren af met excuses als “Ik kan dit niet.” “Ik ben te oud.” “Ik ben te zwaar.”
Maar dat zijn gedachten en geen feiten. Je moet niet alles geloven wat je denkt.
We haalden een man van 80+ in. Hij liep de 80 kilometer. Je zag duidelijk dat de laatste kilometers er enorm inhakte. Maar opgeven was geen optie. Respect voor deze man! #teamopajan
Er waren kinderen van rond de acht jaar, mensen op klompen, mensen met extra kilo’s in rugzakken. Iedereen liep op zijn eigen tempo, de sfeer was fantastisch en zowel lopers als niet lopers hielpen elkaar naar de finishlijn.
Ik denk dat dit wel de grootste les is uit dit verhaal: Kevin veranderde niet alleen zijn lichaam. Hij veranderde zijn overtuiging over wat mogelijk was.
Wat misschien nog wel mooier is: de verandering is niet beperkt gebleven tot Kevin zelf.
Zijn leidinggevende ziet een enorm verschil. Niet alleen in energie, maar ook in gedrag. Een man die eerst vooral op de achtergrond aanwezig was, staat nu steviger.
En dat heeft effect op de mensen om hem heen. Want als een leidinggevende beter in zijn vel zit, neemt hij dat mee naar zijn team.
Zijn verzuim ging fors omlaag. Maar misschien nog belangrijker: de persoon die dagelijks voor anderen staat, is veranderd.
Aan het einde kwam Mar huilend van geluk over de finish. Ze had zichzelf bewezen dat ze veel meer kon dan ze zelf dacht.
En misschien geldt dat voor meer mensen. Je hoeft vandaag geen veertig kilometer te lopen. Je hoeft alleen die eerste stap te zetten.
Want misschien ontdek je dan dat je lichaam en je leven veel meer mogelijkheden hebben dan je ooit dacht.